MONITEUR BELGE — 03.02.2001 — BELGISCH STAATSBLAD
Sur la proposition de Notre Ministre de l’Emploi,
Nous avons arrêté et arrêtons :
er
2921
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Article 1 . Est rendue obligatoire la convention collective de travail
du 20 juin 1997, reprise en annexe, conclue au sein de la Souscommission paritaire des maisons d’éducation et d’hébergement de la
Communauté flamande et approuvée au sein de la Commission
paritaire des maisons d’éducation et d’hébergement, visant à promouvoir l’emploi, à déterminer la marge salariale et à établir un accord
sectoriel pour la période 1997-1998.
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 1997,
gesloten in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse Gemeenschap en goedgekeurd in het
Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen,
strekkende tot bevordering van de werkgelegenheid, tot bepaling van
de loonmarge en tot vestiging van een sectoraal akkoord voor de
periode 1997-1998.
Art. 2. Notre Ministre de l’Emploi est chargé de l’exécution du
présent arrêté.
Art. 2. Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Donné à Bruxelles, le 12 janvier 2001.
Gegeven te Brussel, 12 januari 2001.
ALBERT
ALBERT
Par le Roi :
Van Koningswege :
La Ministre de l’Emploi,
Mme L. ONKELINX
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
Note
(1) Référence au Moniteur belge :
Loi du 5 décembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.
Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Annexe
Bijlage
Commission paritaire des maisons d’éducation et d’hébergement
Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen
Sous-commission paritaire
des maisons d’éducation et d’hébergement
de la Communauté flamande
Paritair Subcomité
voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen
van de Vlaamse Gemeenschap
Convention collective de travail du 20 juin 1997
Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 1997
Promotion de l’emploi, détermination de la marge salariale et établissement d’un accord sectoriel pour la période 1997-1998 (Convention
enregistrée le 18 novembre 1997 sous le numéro 46033/CO/319)
Bevordering van de werkgelegenheid, bepaling van de loonmarge en
vestiging van een sectoraal akkoord voor de periode 1997-1998
(Overeenkomst geregistreerd op 18 november 1997 onder het nummer 46033/CO/319)
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op
de werkgevers en de werknemers die ressorteren onder het Paritair
Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de
Vlaamse Gemeenschap.
Art. 2. Onder werknemers wordt verstaan het mannelijk en vrouwelijk werklieden- en bediendenpersoneel.
Art. 3. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt in het bijzonder
gesloten in het kader van de wet van 26 juli 1996 en het eraan
verbonden koninklijk besluit van 20 december 1996 ter bevordering van
de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.
Art. 4. § 1. Ondertekenende partijen komen overeen, middels een
aantal sectorale akkoorden die ondermeer betrekking hebben op de
loon- en arbeidsvoorwaarden en de werkgelegenheid, uitvoering te
geven aan vorige bepaling.
§ 2. Partijen zijn bereid de totaliteit van de middelen uit de
beschikbare marge vastgelegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 in te zetten voor de doeleinden waarvoor het sluiten van
sectorale akkoorden werd voorzien, in de mate dat de Vlaamse
Overheid bereid is de overeenstemmende financiële inspanningen
langs de subsidiëring ter beschikking te stellen.
Voor het algemeen welzijnswerk, de centra voor kinderzorg en
gezinsondersteuning en voor de centra voor integrale gezinszorg,
verbinden partijen er zich toe de waarborg te bekomen dat de Vlaamse
Regering de subsidiebedragen voor het jaar 1997 aan 100 pct. uitbetaalt
en overgaat tot de verrekening van de loondrift ten gevolge van
anciënniteitsstijgingen en baremieke verhogingen.
§ 3. Uitgaande van overheidsgegevens stellen partijen vast dat
voornoemde beschikbare loonmarge voor de sector minimaal op 2 pct.
of 510 miljoen bedraagt voor de jaren 1997-1998.
Article 1er. La présente convention collective de travail s’applique
aux employeurs et aux travailleurs ressortissant à la Sous-commission
paritaire des maisons d’éducation et d’hébergement de la Communauté
flamande.
Art. 2. Par travailleurs, on entend le personnel ouvrier et employé
masculin et féminin.
Art. 3. La présente convention collective de travail est conclue
notamment dans le cadre de la loi du 26 juillet 1996 et de l’arrêté royal
y afférent du 20 décembre 1996 relatif à la promotion de l’emploi et à la
sauvegarde préventive de la compétitivité.
Art. 4. § 1er. Les parties signataires conviennent, moyennant une série
d’accords sectoriels portant notamment sur les conditions de travail et
de rémunération et sur l’emploi, de donner exécution à la disposition
précédente.
§ 2. Les parties sont disposées à affecter la totalité des moyens
provenant de la marge disponible fixée par arrêté royal du 20 décembre 1996 aux objectifs en vue desquels la conclusion d’accords sectoriels
était prévue, dans la mesure où le Gouvernement flamand est disposé
à mettre à disposition les moyens financiers correspondants par voie de
subsidiation.
Pour le ″algemeen welzijnwerk″, les ″centra voor kinderzorg en
gezinsondersteuning″ et les ″centra voor integrale gezinszorg″, les
parties s’engagent à obtenir la garantie que le Gouvernement flamand
paiera à 100 p.c. les montants de subsides pour l’année 1997 et prendra
en compte l’évolution salariale due à des augmentations d’ancienneté
et des augmentations barémiques.
§ 3. Se basant sur des données gouvernementales, les parties
constatent que la marge salariale disponible précitée pour le secteur se
chiffre à 2 p.c. ou 510 millions au minimum pour les années 1997-1998.