2922
MONITEUR BELGE — 03.02.2001 — BELGISCH STAATSBLAD
Art. 5. L’inventaire des projets de convention collective de travail et
de protocoles d’accord, déposés par les organisations syndicales
représentées lors de la séance de la sous-commission paritaire du
20 mai 1997, permet de retenir notamment les projets de convention
collective de travail suivants pour être portés en compte sur la marge
salariale : les conventions concernant le 11 juillet comme jour férié de la
Communauté flamande, l’octroi de congé d’ancienneté, l’octroi de
quatre jours de congé supplémentaires et le paiement du jour de
carence.
Art. 6. Pour ce qui est des autres projets de convention collective de
travail et de protocoles d’accord, les parties prennent l’engagement de
mener des discussions à ce propos dans le cadre d’un accord sectoriel
global 1997-1998 et de prendre le cas échéant d’autres initiatives
communes à l’attention des pouvoirs concernés en vue de réaliser ces
objectifs. A cet égard, les points particuliers suivants méritent l’attention : les prestations de nuit et des éléments spécifiques du dossier
concernant le personnel de cadre et de direction.
Art. 7. Les parties s’engagent à rechercher un équilibre entre les
avantages complémentaires pour le personnel et la promotion de
l’emploi.
Art. 8. Conformément à l’article 11 de la loi du 26 juillet 1996, les
parties conviennent de prévoir au niveau sectoriel un mécanisme de
correction en fonction de l’article 4, § 3, de la présente convention
collective de travail.
Art. 9. La présente convention collective de travail est conclue pour
une durée déterminée. Elle entre en vigueur le 1er janvier 1997 et cesse
d’être en vigueur le 31 décembre 1998.
Vu pour être annexé à l’arrêté royal du 12 janvier 2001.
Art. 5. Uit de inventaris van de ontwerpen van collectieve arbeidsovereenkomsten en van protocolakkoorden, door de vertegenwoordigde vakorganisaties neergelegd op de vergadering van het paritair
subcomité van 20 mei 1997, komen voor de aanrekening op de
loonmarge inzonderheid volgende ontwerpen van collectieve arbeidsovereenkomsten in aanmerking : 11 juli als feestdag van de Vlaamse
Gemeenschap, de toekenning van anciënniteitsverlof, de toekenning
van vier bijkomende verlofdagen en de betaling van de carensdag.
La Ministre de l’Emploi,
Mme L. ONKELINX
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
Art. 6. Voor wat betreft de overige ontwerpen van collectieve
arbeidsovereenkomsten en van protocol- akkoorden, gaan partijen de
verbintenis aan hierover besprekingen te voeren in het kader van een
globaal sectoraal akkoord 1997-1998 en desgevallend verdere gezamenlijke initiatieven te nemen naar de betrokken overheden om deze
doelstellingen te realiseren. Hierbij zijn bijzondere aandachtspunten :
nachtprestaties en specifieke elementen uit het dossier kader- en
directiepersoneel.
Art. 7. Partijen verbinden zich ertoe een evenwicht na te streven
tussen de bijkomende voordelen voor het personeel en de bevordering
van de tewerkstelling.
Art. 8. Overeenkomstig artikel 11 van de wet van 26 juli 1996 komen
partijen overeen om op sectoraal niveau een bijsturingsmechanisme te
voorzien in functie van artikel 4, § 3, van onderhavige collectieve
arbeidsovereenkomst.
Art. 9. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor
bepaalde duur. Zij treedt in werking op 1 januari 1997 en houdt op van
kracht te zijn op 31 december 1998.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van
12 januari 2001.
c
F. 2001 — 305
[C − 2000/13015]
12 JANVIER 2001. — Arrêté royal rendant obligatoire la convention
collective de travail du 23 juin 1999, conclue au sein de la
Commission paritaire de l’industrie alimentaire, modifiant les
statuts du ″Fonds social et de garantie de l’industrie alimentaire″ (1)
N. 2001 — 305
[C − 2000/13015]
12 JANUARI 2001. — Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van
23 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, tot wijziging van de statuten van het ″Waarborg- en
Sociaal Fonds van de voedingsnijverheid″ (1)
ALBERT II, Roi des Belges,
A tous, présents et à venir, Salut.
Vu la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail
et les commissions paritaires, notamment l’article 28;
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op
artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid;
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid,
Vu la demande de la Commission paritaire de l’industrie alimentaire;
Sur la proposition de Notre Ministre de l’Emploi,
Nous avons arrêté et arrêtons :
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de travail
du 23 juin 1999, reprise en annexe, conclue au sein de la Commission
paritaire de l’industrie alimentaire, modifiant les statuts du ″Fonds
social et de garantie de l’industrie alimentaire″.
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 23 juni 1999,
gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, tot
wijziging van de statuten van het ″Waarborg- en Sociaal Fonds van de
voedingsnijverheid″.
Art. 2. Notre Ministre de l’Emploi est chargé de l’exécution du
présent arrêté.
Art. 2. Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Donné à Bruxelles, 12 janvier 2001.
Gegeven te Brussel, 12 januari 2001.
ALBERT
ALBERT
Par le Roi :
Van Koningswege :
La Ministre de l’Emploi,
Mme L. ONKELINX
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
Note
(1) Référence au Moniteur belge :
Loi du 5 décembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.
Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.