vergunning is vereist, zijn de artikelen 47 en 48 van overeenkomstige
toepassing; indien de aanvraag om een zodanige vergunning niet voldoet aan de
daarvoor krachtens artikel 48 lid 1 vastgestelde regels kan de vergunning
worden geweigerd.
Artikel 50
VRIJSTELLING
1.
Geen vergunning ingevolge artikel 46 of artikel 49 lid 3 onder a is vereist,
indien daarvoor een vergunning is afgegeven in overeenstemming met het ITUverdrag en deze vergunning door deTAS is erkend, voor radioelektromagnetische zend- of ontvanginrichtingen aan boord van:
a. andere dan Surinaamse schepen, die zich bevinden in de wateren van
Suriname;
b. andere dan Surinaamse luchtvaartuigen, die zich bevinden in het luchtruim
of op het grondgebied van Suriname.
2.
De TAS kan regels vaststellen voor het gebruik van de in lid 1 van dit artikel
bedoelde radio-elektromagnetische zend- of ontvanginrichtingen.
§3
DRAADOMROEPINRICHTINGEN
Artikel 51
VERGUNNINGVEREISTE VOOR EEN DRAADOMROEPINRICHTING
1.
Het is, anders dan krachtens concessie verboden een draadomroepinrichting aan
te leggen, te ontwikkelen of te exploiteren, tenzij met vergunning van de TAS.
2.
Van het verbod in lid 1 van dit artikel zijn vrijgesteld de door de TAS aan te
wijzen categorieën draadomroepinrichtingen van zeer geringe omvang, die
voldoen aan door de Minister vast te stellen regels met betrekking tot de
techniek van die inrichtingen; van een zodanige aanwijzing doet de TAS
mededeling aan de Minister en de Minister belast met de zorg voor justitiële en
politionele aangelegenheden.
3.
Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden en zij kan onder
beperkingen worden verleend, die betrekking kunnen hebben op:
a. de duur, aard en omvang van de vergunning;
b. het aantal woningen binnen het gebied, waarvoor de vergunning wordt
verleend en waarvoor de aansluitplicht geldt;
c. de techniek, structuur en kwaliteit van de inrichting en daarmee verbonden
kabelnetten;
d. het gebruik maken van een bepaald gedeelte van de telecommunicatieIinfrastructuur;
e. keuring van de draadomroepinrichting en daarmee verbonden kabelnetten;
f. een verplichte signaallevering aan andere draadomroepinrichtingen;
g. het voorkomen dan wel opheffen van storing aan derden door het gebruik
van de inrichting;
h. eisen te stellen aan degenen die draadomroepinrichtingen installeren;
23
Select target paragraph3
Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents