i. de verplichting om binnen een bepaalde termijn nadat de vergunning
rechtskracht heeft gekregen de draadomroepinrichting aan te leggen;
j. de bescherming van de rechten van derden;
k. de nakoming van de bindende verdragen die Suriname gesloten heeft en
besluiten van volkenrechtelijke organisaties.
4.
Een vergunning kan, onverminderd het bepaalde in lid 7 van dit artikel, worden
geweigerd, indien:
a. een eerder verleende vergunning als bedoeld in lid 3 onder a van dit artikel,
is ingetrokken:
1e. op grond van het bepaalde in artikel 101 lid 1 onder a;
2e. wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels
dan wel van de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen
waaronder zij is verleend;
b. de aanvrager niet over voldoende technische en financiële middelen beschikt
om de continuïteit van de exploitatie van de draadomroepinrichting te
waarborgen;
c. voor het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft reeds een vergunning
is verleend.
5.
Een vergunning wordt ingetrokken, indien:
a. de vergunninghouder daarom verzoekt;
b. de gronden, waarop de vergunning is verleend, zijn vervallen;
c. de vergunninghouder de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels dan
wel de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen
waaronder zij is verleend niet nakomt;
d. de vergunninghouder niet langer over voldoende technische en financiële
middelen beschikt om de continuïteit van de exploitatie van de
draadomroepinrichting te waarborgen.
6.
Ten aanzien van draadomroepinrichtingen, waarvoor ingevolge lid 1 van dit
artikel, een vergunning is vereist, is artikel 48 van overeenkomstige toepassing;
indien de aanvraag om een zodanige vergunning niet voldoet aan de daarvoor
krachtens artikel 48 lid 1 vastgestelde regels, kan de vergunning worden
geweigerd.
7.
De vergunninghouder als bedoeld in lid 1 van dit artikel is verplicht de nodige
voorzieningen aan te brengen ter bescherming van de kabels, kabelwerken en
apparatuur ten behoeve van radioverbindingen ten dienste van de draadomroepinrichting tegen blikseminslag.
Artikel 52
AANVULLENDE VERGUNNING
1.
Het is degene die met vergunning of krachtens vrijstelling, als bedoeld in artikel
50 lid 2 een draadomroepinrichting aanlegt, ontwikkelt of exploiteert, verboden
deze te exploiteren anders dan voor het verspreiden van omroepprogramma's,
tenzij met een aanvullende vergunning van de TAS.
24
Select target paragraph3
Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents