b. de gegevens die bij een aanvraag tot verlening, wijziging of intrekking van
een vergunning worden verstrekt;
c. de termijn waarbinnen op de aanvraag wordt beslist.
3.
De besluiten tot weigering, intrekking of wijziging van een vergunning of
ontheffing, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, dienen met redenen te zijn
omkleed.
Artikel 49
RADIO-ONTVANGERS
1.
Bij of krachtens staatsbesluit kunnen ten aanzien van radio-elektromagnetische
ontvanginrichtingen, die niet uitsluitend zijn bestemd voor de ontvangst van
omroepprogramma's, regels worden vastgesteld.
2.
Met betrekking tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde regels is artikel 46 lid 5
van overeenkomstige toepassing.
3.
De in lid 1 van dit artikel bedoelde regels kunnen slechts betrekking hebben op:
a. het stellen van het vereiste van een vergunning van de TAS voor de aanleg,
het aanwezig hebben en het gebruik van daarbij aan te geven soorten
ontvanginrichtingen anders dan krachtens een concessie, in het belang van
de bescherming van de rechten van derden in het radioverkeer dan wel de
nakoming van de voor Suriname bindende verdragen en besluiten van
volkenrechtelijke organisaties, alsmede de aan zodanige vergunning te
verbinden voorschriften en beperkingen waaronder zij kan worden verleend;
b. het gebruik van hetgeen met een ontvanginrichting kan worden opgevangen
ter bescherming van de rechten van derden.
4.
Een vergunning als bedoeld in lid 3 onder a van dit artikel kan, onverminderd het
bepaalde in lid 7 van dit artikel, worden geweigerd, indien:
a. een eerder verleende vergunning als bedoeld in lid 3 onder a van dit artikel,
is ingetrokken:
1e. op grond van het bepaalde in artikel 101 lid 1, aanhef en onder a;
2e. wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels
dan wel van de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen
waaronder zij is verleend.
b. de bescherming van rechten van derden in het radioverkeer dit vordert;
c. de nakoming van de bindende verdragen die Suriname gesloten heeft of
besluiten van volkenrechtelijke organisaties dit vordert.
5.
Een vergunning kan worden ingetrokken, indien de vergunninghouder de bij of
krachtens deze wet vastgestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden
voorschriften en beperkingen waaronder zij is verleend, niet nakomt.
6.
Dit artikel is niet van toepassing op radio-elektromagnetische
ontvanginrichtingen welke deel uitmaken van een draadomroepinrichting.
7.
Ten aanzien van radio-elektromagnetische ontvanginrichtingen als bedoeld in
lid 1 van dit artikel, waarvoor ingevolge lid 3, onder a van dit artikel een
22
Select target paragraph3
Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents