Artikel 5 RAAD VAN COMMISSARISSEN 1. De Raad bestaat uit minimaal 5 (vijf) en maximaal 7 (zeven) leden die op voordracht van de Minister, na goedkeuring van de Raad van Ministers door de Minister, worden benoemd voor ten hoogste 3 (drie) jaren; de commissarissen zijn na ommekomst van deze periode terstond herbenoembaar, onverminderd het recht van de Minister de commissarissen tussentijds te ontslaan na goedkeuring van de Raad van Ministers. 2. De Minister benoemt na goedkeuring van de Raad van Ministers één van de commissarissen tot President-Commissaris en de Raad wijst uit haar midden een Secretaris aan; de Raad stelt verder haar werkzaamheden onderling vast. 3. De commissarissen genieten een door de Minister vast te stellen remuneratie; de remuneratie komt ten laste van de exploitatierekening van de TAS. 4. Alle andere niet in deze Wet geregelde zaken betreffende de Raad zullen bij Reglement worden vastgesteld. Artikel 6 AANWIJZINGEN MINISTER De Minister is bevoegd de TAS algemene aanwijzingen te geven met betrekking tot de vervulling van de in artikel 3 lid 1 genoemde taken; indien deze aanwijzingen betrekking hebben op het beleid terzake de door de TAS op te leggen boetes, geeft de Minister deze slechts na overleg met de Minister belast met de zorg voor justitiële en politionele aangelegenheden. Artikel 7 FINANCIËLE MIDDELEN TAS 1. De financiële middelen van de TAS worden onder andere gevormd door: a. de concessievergoeding, bedoeld in artikel 21; b. vergoedingen voor door de TAS verleende vergunningen; c. de vergoedingen, bedoeld in artikel 81; d. de boetes die door de TAS ingevolge deze wet en de daarop berustende bepalingen worden opgelegd; e. de kosten door de overtreder betaald voor uitgeoefende bestuursdwang ingevolge artikel 85 leden 2 of 3; f. de geïnde dwangsommen, bedoeld in artikel 86; g. vergoedingen die de TAS ontvangt voor ten behoeve van derden verrichte werkzaamheden; h. middelen verkregen door schenkingen, legaten of anderszins, beleggingen of rente van spaartegoeden; i. opbrengsten van inschrijvingen en veilingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 6 en artikel 62 lid 4. 2. Jaarlijks wordt na aftrek van de exploitatiekosten en reserveringen voor ontwikkeling het surplus afgedragen aan de Staat. 5

Select target paragraph3

Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents