h.
i.
j.
k.
l.
het beheer van het nummerplan;
standaardisatie en controle van randapparatuur;
het beslechten van geschillen;
het beheer van het Universele Dienstverleningsfonds;
het uitvoeren van de bij en krachtens deze wet aan de TAS opgedragen
werkzaamheden;
m. het verrichten van telecommunicatiewerkzaamheden voor zover in deze
wet daarin niet uitdrukkelijk anders is voorzien.
2.
De Minister wint advies in van de TAS met betrekking tot:
a. alle aangelegenheden van beleidsmatige aard de uitvoering van deze wet
betreffende;
b. alle voorstellen tot wijziging van deze wet en de daarop berustende
bepalingen.
Artikel 4
BESTUUR TAS
1.
De Directeur kan worden bijgestaan door één of meer onderdirecteuren.
2.
Bij ontstentenis of belet van de Directeur berust het bestuur in zijn geheel bij
een door de Raad aan te wijzen onderdirecteur; in geval van ontstentenis of
belet van de Directeur en alle onderdirecteuren wordt het bestuur voorlopig
waargenomen door de Raad onverminderd hun bevoegdheid om het bestuur
alsdan tijdelijk aan één of meer personen uit haar midden op te dragen.
3.
De onderdirecteur wordt op voordracht van de Raad benoemd, geschorst en
ontslagen door de Minister, na verkregen goedkeuring van de Raad van
Ministers.
4.
De arbeidsvoorwaarden van de Directeur en de onderdirecteuren worden door
de Minister, gehoord de Raad, na verkregen goedkeuring van de Raad van
Ministers vastgesteld; de Directeur en de onderdirecteuren mogen zonder
toestemming van de Raad geen nevenbetrekkingen vervullen, bezoldigd of
onbezoldigd; verder mogen de Directeur en de onderdirecteuren in privé geen
vertegenwoordiging of aandelen hebben in aanverwante bedrijven.
5.
Een schorsing als bedoeld in lid 3 van dit artikel zal de onderdirecteur
schriftelijk, onder vermelding van de redenen, welke daartoe hebben geleid,
moeten worden medegedeeld; alvorens een dergelijk besluit te nemen zal de
Minister hem de gelegenheid geven zich bij hem of een door hem aan te wijzen
functionaris of in te stellen commissie, te verweren binnen een periode van 1
(één) maand.
6.
Tegen ontslag staat beroep open bij de President binnen 30 (dertig) dagen nadat
het ontslag ter kennis van de onderdirekteur is gebracht; de President beslist,
gehoord de Minister, met redenen omkleed, schriftelijk binnen zes weken na
indiening van het beroep.
4