d. een doelmatig gebruik van de ether dit vordert; e. een doelmatige verzorging van de telecommunicatie in het algemeen maatschappelijk en economisch belang dit vordert. Artikel 47 ONTHEFFING 1. Het is degene, die krachtens artikel 46 leden 1 en 2 gerechtigd is een telecommunicatie-inrichting aan te leggen, te ontwikkelen of te gebruiken, verboden die inrichting te gebruiken om voor derden: a. diensten omschreven krachtens artikel 14 lid 1 te verzorgen; b. andere vormen van telecommunicatie te verzorgen dan bedoeld onder a van dit lid anders dan door middel van de telecommunicatie-infrastructuur. 2. De TAS kan ten aanzien van radio-elektromagnetische zendinrichtingen als bedoeld in artikel 46 lid 1 van het verbod in lid 1 van dit artikel ontheffing verlenen voor telecommunicatie tussen gebruikers van een bepaalde bij die ontheffing aan te geven categorie, indien de concessiehouders niet bereid of niet in staat zijn binnen redelijke termijn en tegen redelijke voorwaarden het gebruik van een gelijkwaardige voorziening beschikbaar te stellen. 3. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend, in verband met het doel waarvoor de ontheffing wordt verleend. 4. Een ontheffing kan worden geweigerd, indien een eerder verleende ontheffing als bedoeld in lid 2 van dit artikel is ingetrokken: a. op grond van het bepaalde in artikel 101 lid 1 onder c; b. wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels dan wel van de aan de aanvullende vergunning verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij is verleend; 5. Het verbod in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op de bij of krachtens wet toegestane verspreiding van omroepprogramma's door middel van de in lid 2 van dit artikel bedoelde inrichtingen. Artikel 48 PROCEDUREREGELS 1. Bij of krachtens staatsbesluit kunnen regels worden vastgesteld ten aanzien van de totstandkoming van besluiten tot verlening, weigering, wijziging of intrekking van een vergunning als bedoeld in artikel 46 lid 1 en van een ontheffing als bedoeld in artikel 47 lid 2. 2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde regels kunnen slechts betrekking hebben op: a. de wijze waarop een aanvraag tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning of een ontheffing wordt ingediend en behandeld en de wijze waarop de ambtshalve wijziging of intrekking van een vergunning of een ontheffing wordt voorbereid; 21

Select target paragraph3

Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents