een beslissende tegenaanval. Kenmerkend voor de toenmalige toestand was het feit dat de
krijgsmachtdelen hun separate taakvelden hadden, en joint optreden nog in de
kinderschoenen stond.
In de jaren tachtig was het conventionele overwicht van het Warschaupact aanzienlijk. Om
deze dreiging het hoofd te bieden, ontwikkelden de Amerikanen de AirLand Battle doctrine,
door de NAVO gedeeltelijk overgenomen als Follow On Forces Attack (FOFA). Hierbij zette het
bondgenootschap in op het uitbuiten van haar technologische overwicht, die het mogelijk
moest maken de tegenstander ook in de diepte aan te vallen. Deze manier van
oorlogvoering vereiste veel planning en coördinatie tussen de diverse bevelsniveaus en
eenheden.
10
De aanzienlijke verandering maakte een herziening van de doctrines noodzakelijk, met een
grotere nadruk op gedetailleerde gezamenlijke planning en afstemming. De krijgsmacht
was in 1989 nog steeds bezig met deze aanpassing, toen het IJzeren Gordijn plotseling viel.
In de jaren daarna kwam er een einde aan zowel het Warschaupact als de Sovjet-Unie. Van
de een op de andere dag hadden de NAVO-bondgenoten geen vooraf te bepalen
tegenstander en slagveld meer. De fixatie op het grootschalige en conventioneel uit te
vechten conflict verdween. Er kwam weer aandacht voor andere vormen van militair
optreden.
De krijgsmachtdelen kwamen midden jaren negentig met vernieuwde doctrines, die meer
aansloten bij de veranderde omstandigheden. In 1996 verscheen de Airpower Doctrine
(APD) van de luchtmacht, alsook de Landmacht Doctrine Publicatie (LDP) ´Militaire
Doctrine´, beide overkoepelende documenten met de algemene uitgangspunten van
respectievelijk het lucht- en landoptreden. Omdat het palet aan inzetmogelijkheden door
internationale missies en interventies aanzienlijk was toegenomen, werd de
landmachtdoctrine meerdelig uitgegeven. Volgende delen behandelden
‘Gevechtsoperaties’, ‘Vredesoperaties’ en ‘Nationale operaties’. In deze nieuwe
doctrinepublicaties golden als leidende beginselen de manoeuvrebenadering en de
opdrachtgerichte commandovoering.
In 2005 verscheen naar aanleiding van het uitkomen van de toenmalige Nederlandse
Defensie Doctrine (de eerste NDD) tevens een operationele leidraad over de maritieme
component van militaire operaties, de Leidraad Maritiem Optreden (LMO). Sindsdien zijn de
diverse doctrinepublicaties herzien en herschreven: in 2014 kwamen de Grondslagen voor
het Maritieme Optreden (GMO), de Doctrine Publicatie Landoptreden en de Nederlandse
Doctrine voor Air & Space Operations (DASO) tot stand. Het jaar daarvoor werd voor het eerst
de NDD herzien. In de toenmalige editie stond een geïntegreerde benadering (comprehensive
approach) van het militair optreden centraal.
Nederlandse Defensie Doctrine