De vergrote assertiviteit van statelijke actoren als China en Rusland heeft geleid tot de strategische wending van de NAVO die is geformaliseerd tijdens de Wales Summit in 2014. Een gevolg hiervan voor de Nederlandse krijgsmacht is een hernieuwede aandacht voor de eerste hoofdtaak, bijvoorbeeld middels de deelname van de Nederlandse krijgsmacht aan een Enhanced Forward Presence binnen het NAVO grondgebied. 2.2 Internationale inbedding Een belangrijk uitgangspunt voor het Nederlandse veiligheidsbeleid is de verplichting tot collectieve verdediging van het NAVO-grondgebied, vastgelegd in artikel-5 van het NoordAtlantisch Verdrag van 1949. Artikel 5 verplicht ieder NAVO-lid om in geval van een gewapende aanval op een NAVO-lid in Europa of Noord-Amerika terstond, individueel en in samenwerking met de andere partijen, op te treden op de wijze die zij nodig acht – met inbegrip van het gebruik van gewapende macht – om de veiligheid van het NoordAtlantisch gebied te herstellen en te handhaven. Het Verdrag van Lissabon uit 2009 betreffende de Europese Unie bevat ook een verplichting tot wederzijdse bijstand tussen de lidstaten van de EU. Hierin staat, voor die EU-lidstaten die tevens lid van de NAVO zijn, dat de NAVO de basis is voor de collectieve verdediging van haar leden en het instrument voor de uitvoering van deze collectieve verdediging. Dit Verdrag stelt verder dat de Europese Unie een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) heeft. 37

Select target paragraph3