Moniteur Belge - Belgisch Staatsblad https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?lan... Art. 18. § 1. In afwijking van artikel 11 wijst de sectorale overheid de exploitanten van kritieke infrastructuren aan, zoals aangeduid krachtens artikel 8 van de wet van 1 juli 2011 en artikel 6 van het koninklijk besluit van 2 december 2011 betreffende de kritieke infrastructuren in de deelsector van het luchtvervoer, als aanbieders van essentiële diensten, wanneer hun sector is opgenomen in bijlage I van deze wet en de verlening van hun essentiële diensten afhankelijk is van netwerk- en informatiesystemen. Deze aanwijzing gebeurt in overleg met de autoriteiten bedoeld in artikel 7, §§ 1 en 4, binnen de grenzen van hun respectievelijke bevoegdheden. § 2. Behoudens tegenbewijs wordt de exploitatie van een kritieke infrastructuur geacht afhankelijk te zijn van netwerk- en informatiesystemen. § 3. De exploitant bezorgt de sectorale overheid, op haar verzoek of op verzoek van de autoriteiten bedoeld in artikel 7, §§ 1 en 4, alle nuttige informatie over zijn eventuele identificatie als aanbieder van essentiële diensten, met inbegrip van de informatie die toelaat te objectiveren of hij al dan niet afhankelijk is van netwerk- en informatiesystemen. De sectorale overheid bezorgt de door de exploitant meegedeelde relevante informatie aan de autoriteiten bedoeld in artikel 7, §§ 1 en 4. § 4. Artikel 15, § 3, is van toepassing op de met redenen omklede beslissing tot aanwijzing van een exploitant van een kritieke infrastructuur als aanbieder van essentiële diensten. Art. 19. De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, andere sectoren of soorten aanbieders toevoegen aan bijlage I van deze wet. HOOFDSTUK 2. - Beveiligingsmaatregelen Art. 20. De aanbieder van essentiële diensten neemt passende en evenredige technische en organisatorische maatregelen om de risico's voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen waarvan zijn essentiële diensten afhankelijk zijn, te beheersen. Deze maatregelen zorgen, rekening houdend met de stand van de technische kennis, voor een niveau van fysieke en logische beveiliging van netwerk- en informatiesystemen dat is afgestemd op de risico's die zich voordoen. De aanbieder neemt ook passende maatregelen om incidenten die de beveiliging van de voor de verlening van die essentiële diensten gebruikte netwerk- en informatiesystemen aantasten, te voorkomen of de gevolgen ervan te minimaliseren, teneinde de continuïteit van deze diensten te waarborgen. Art. 21. § 1. De aanbieder van essentiële diensten werkt een beveiligingsbeleid uit voor zijn netwerk- en informatiesystemen (hierna "I.B.B." genoemd) dat minstens de in artikel 20 bedoelde concrete beveiligingsdoelstellingen en -maatregelen bevat. § 2. De aanbieder van essentiële diensten werkt zijn I.B.B. uiterlijk uit binnen een termijn van twaalf maanden na de kennisgeving van zijn aanwijzing. Hij implementeert de in zijn I.B.B. beschreven maatregelen uiterlijk binnen een termijn van vierentwintig maanden na de kennisgeving van zijn aanwijzing. Voor een welbepaalde sector of, in voorkomend geval, per deelsector kan de bevoegde sectorale overheid deze termijn aanpassen in functie van het soort maatregelen waarin het I.B.B. voorziet. § 3. Na advies van de autoriteiten bedoeld in artikel 7 en, in voorkomend geval, na raadpleging van de betrokken gewesten of gemeenschappen kan de Koning de aanbieders van essentiële diensten van een of meer sectoren beveiligingsmaatregelen opleggen. 10 de 37 15/2/23, 21:07

Select target paragraph3

Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents