1.
Een concessiehouder biedt de dienst van nummeridentificatie aan, indien de
telecommunicatie-infrastructuur zulks mogelijk maakt.
2.
Een concessiehouder biedt iedere gebruiker die daarom verzoekt de
mogelijkheid om doorgifte van diens nummer te blokkeren of uit te schakelen.
3.
De TAS kan ten aanzien van de in lid 1 van dit artikel bedoelde dienst nadere
regels vaststellen met betrekking tot:
a. de voorwaarden waaronder de identificatie van nummers van oproepende en
opgeroepen aansluitpunten kan worden beëindigd;
b. de wijze waarop uitvoering aan nummeridentificatie in het internationale
telecommunicatieverkeer kan worden gegeven;
c. de wijze waarop de concessiehouders de gebruikers voorlichten over het
gebruik van nummeridentificatie.
Artikel 31
ALARMNUMMERS
1.
Elke concessiehouder die nummeridentificatie aanbiedt, is verplicht aan door de
Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie aangewezen beheerders van een
alarmnummer voor publieke diensten, indien er telecommunicatie met een
alarmnummer wordt afgewikkeld, gelijktijdig:
a. het nummer van het oproepende aansluitpunt te verstrekken, ook als bij dat
aansluitpunt gebruik gemaakt wordt van een in artikel 30 lid 2 onder b
bedoelde blokkeringsmogelijkheid;
b. naam, adres en woonplaats van de abonnee dan wel de locatie van de
desbetreffende voor het publiek toegankelijke gelegenheid, bedoeld in
artikel 16, die onder het desbetreffende nummer is aangesloten, te
verstrekken; de bekendmaking van het besluit tot aanwijzing, bedoeld in de
aanhef van dit lid, wordt geplaatst in het Advertentieblad van de Republiek
Suriname.
2.
De verstrekte nummers en de in lid 1 onder b van dit artikel bedoelde gegevens
worden door de beheerders, bedoeld in de aanhef van lid 1, geregistreerd in een
daartoe bestemd register.
3.
Verstrekking van nummers en gegevens uit het register vindt slechts plaats met
het oog op:
a. de hulpverlening in noodsituaties; aan de aangewezen publieke diensten
belast met hulpverleningstaken;
b. de bestrijding van het misbruik van alarmnummers; aan degene die belast is
met het onderzoek van het gemaakte misbruik met het oog op eventuele
strafvervolging.
4.
De termijn gedurende welke de in lid 2 van dit artikel bedoelde nummers en
gegevens blijven geregistreerd, bedraagt ten hoogste:
a. een maand, indien de nummers en gegevens betrekking hebben op
gevallen waarin kennelijk sprake is van een verzoek om hulpverlening in een
noodsituatie;
14
Select target paragraph3
Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents