12 | Nederlandse Cybersecuritystrategie 2022-2028
Maatschappelijke opgave cybersecurity | 13
Cyberaanvallen door statelijke actoren zijn niet meer
zeldzaam.
Complicaties risicobeheersing gevaar
voor samenleving
Statelijke actoren kunnen hiervoor onder meer de
volgende digitale middelen inzetten: beïnvloeding en
inmenging (inclusief het verspreiden van desinformatie); spionage, waaronder economische of politieke
spionage; voorbereidingshandelingen voor en daadwerkelijke verstoring en sabotage. Volgens de AIVD
blijft de dreiging van offensieve cyberprogramma’s
tegen Nederland en de Nederlandse belangen onverminderd hoog en zal deze in de toekomst alleen maar
toenemen.7 Ook cybercriminelen zijn onverminderd
in staat om omvangrijke schade toe te brengen aan
digitale processen. Zij handelen vanuit financieel
motief en hebben niet de intentie om de maatschappij te ontwrichten. Desondanks kunnen hun
aanvallen zoveel impact veroorzaken dat ze nationale
veiligheidsbelangen raken. De dreiging die uitgaat
van hacktivisten is relatief klein, maar kan
Nederlandse belangen wel indirect raken.
In het CSBN2022 zijn in samenwerking met partners
strategische thema’s geïdentificeerd die nu en de
komende jaren relevant zijn voor de digitale veiligheid van Nederland:
De afgelopen jaren is geconstateerd dat de digitale
weerbaarheid van Nederland onvoldoende is.8
Ondanks de inspanningen om de weerbaarheid te
verhogen, is sprake van een scheefgroei tussen de
toenemende dreiging en de ontwikkeling van de
weerbaarheid. Volledige weerbaarheid tegen digitale
dreigingen is onmogelijk, maar verhoging van de
weerbaarheid tegen uitval en misbruik is wel het
belangrijkste instrument om digitale risico’s te
beheersen. De digitale weerbaarheid is nog niet
overal op orde doordat basismaatregelen niet
voldoende doorgevoerd worden. Er zijn grote
verschillen in weerbaarheid tussen en binnen sectoren en ketens.
biedt. Gezien de aard en groeiende omvang van de
cybercriminele dreiging is het schaalbaar maken én
houden van de weerbaarheidsketen een fundamentele uitdaging voor de komende jaren.
Risico’s vormen de keerzijde van een gedigitaliseerde
samenleving. De Nederlandse samenleving is in hoge
mate gedigitaliseerd. Dat heeft een keerzijde: de
afhankelijkheid van digitale processen heeft ons ook
kwetsbaar gemaakt voor uitval en voor de activiteiten van kwaadwillenden. Keteneffecten kunnen
sectoren of zelfs de gehele maatschappij raken. Daarbij kan de verstoring van digitale processen fysieke
consequenties hebben.
Marktdynamiek compliceert beheersing digitale risico’s.
Op digitale markten komen vraag en aanbod naar
digitale diensten, (componenten van) hardware, software en netwerken samen. Deze markten hebben
enkele unieke kenmerken. Bijvoorbeeld de
(semi)monopolistische status van bepaalde leveranciers, de hoge mate van onderlinge verweving en de
focus op het vergaren van zoveel mogelijk data. Ook
zijn in deze markten prikkels voor digitale veiligheid
niet (altijd) doorslaggevend. Die kenmerken compliceren de beheersing van risico’s voor individuele
burgers, organisaties, sectoren en landen.
Digitale ruimte is speelveld voor regionale en mondiale
dominantie. Digitale veiligheid is nauw verbonden
met geopolitiek. Staten gebruiken de digitale ruimte
structureel én intensief voor de behartiging van hun
geopolitieke belangen. Cyberaanvallen, bijvoorbeeld
voor het vergaren van politieke en economische
inlichtingen, zijn daartoe een belangrijk instrument:
ze zijn relatief goedkoop en schaalbaar en ze hebben
een hoge, vaak langdurige opbrengst. Ook het
ultieme geopolitieke conflict, oorlog, gaat gepaard
met cyberaanvallen. Daarnaast is attributie een lastige kwestie. Individuele burgers, organisaties,
sectoren en landen kunnen weinig invloed uitoefenen
op die geopolitieke wedijver, terwijl die wel bijdraagt
aan de verhoging van risico’s.
Samenhangend en geïntegreerd risicomanagement staat
nog in de kinderschoenen. Een samenhangend en geïntegreerd risicomanagement binnen en tussen de
niveaus van organisaties, sectoren en nationaal staat
nog in de kinderschoenen. Digitale risico’s hebben
nog geen structurele plaats in het bredere
risicomanagement binnen en tussen de drie eerdergenoemde niveaus. Risicomanagement is nog niet
vanzelfsprekend, terwijl een risicogebaseerde manier
van werken instrumenteel is voor het bepalen en op
het gewenste niveau brengen van de weerbaarheid.
Uiteraard hebben talrijke organisaties hun
risicomanagement op orde. Toch schort het binnen
organisaties vaak aan inbedding in het primaire proces.9
Cybercriminaliteit is industrieel schaalbaar, weerbaarheid
nog niet. Zware, georganiseerde cybercriminaliteit is
zeer schaalbaar geworden en heeft daardoor in de
afgelopen jaren qua slachtoffers, schade en criminele
opbrengsten een industriële omvang aangenomen.
Ransomware is daarbij een gamechanger gebleken.
Zware cybercriminelen en hun dienstverleners zijn
primair financieel gemotiveerd en gaan voor maximale opbrengsten, waarbij ze dankbaar gebruik
maken van de mogelijkheden die de digitale ruimte
Aanvullend is een overkoepelend thema geïdentificeerd dat de andere thema’s raakt: beperkingen in
digitale autonomie beperken ook digitale weerbaarheid.10
Voor Europese landen en Nederland gelden
beperkingen in digitale autonomie. Die autonomie
omvat het vermogen en de middelen die Nederland
heeft om zelfstandig beslissingen te kunnen nemen
over (verdere) digitalisering én de gewenste mate van
digitale weerbaarheid. De autonomie staat onder
druk door diverse oorzaken, die samenhangen met
de hierboven genoemde strategische thema’s. Die
oorzaken verminderen de beïnvloedings- en keuzemogelijkheden voor en controle over de digitale
weerbaarheid van Nederland. Hoewel uiteenlopend
van aard, illustreren de thema’s ieder op zich en in
samenhang complicaties voor strategische risicobeheersing.
Noodzaak tot een integrale aanpak
digitale weerbaarheid
In de afgelopen jaren hebben verschillende
gezaghebbende organisaties adviezen aan de overheid en het kabinet verstrekt op het gebied van
cybersecurity en het verhogen van de digitale weerbaarheid. Deze zijn, in aanvulling op de hiervoor
genoemde strategische thema’s, meegenomen in de
totstandkoming van deze strategie. Aanvullend hieraan is een brede groep belanghebbenden middels
een enquête en in werksessies11 gevraagd om (aanvullende) uitdagingen te identificeren.12 Dit heeft
geleid tot de volgende belangrijke additionele inzichten die meegenomen zijn in deze strategie:
• Er is sprake van een groeiende
cyberweerbaarheidskloof tussen organisaties. Er
zijn organisaties die hun cybersecurity goed op
orde hebben, maar er zijn ook organisaties die hun
cybersecurity nog niet voldoende op orde hebben;
• naar verwachting blijft de vraag naar
cybersecurity-expertise toenemen waarbij het
aanbod van gekwalificeerd personeel achterblijft;
• er is geconstateerd dat verantwoordelijkheden in
het Nederlandse cybersecuritystelsel op dit
moment niet eenduidig zijn belegd of duidelijk zijn
gedefinieerd, wat effectieve samenwerking belemmert;
• de afgelopen jaren is ervaren gebleken dat informatie-uitwisseling gefragmenteerd is, waardoor
dreigingsinformatie niet altijd alle organisaties tijdig heeft bereikt en in staat heeft gesteld om
maatregelen te treffen;
• organisaties hebben beperkt zicht op de risico's
van en schade door uitval van digitale systemen en
data over de omvang van schade door storingen of
Select target paragraph3
Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents