8 | Nederlandse Cybersecuritystrategie 2022-2028
risico’s voor het totale ecosysteem waaronder vitale
sectoren en processen, bij de minst volwassen digitale deelnemers ligt: individuen, kleine bedrijven, en
lokale overheden. Vele meer volwassen organisaties,
techbedrijven en overheidsinstanties werken aan een
veiliger en meer stabiel internet, maar gaan er tegelijkertijd impliciet van uit dat individuen in staat zijn te
bepalen welke beveiliging ze moeten installeren en
hoe een passwordmanager te gebruiken. Natuurlijk is
en blijft eigen cyberhygiëne van eenieder een wezenlijk punt, maar vanuit systemisch oogpunt
ontoereikend om onze belangen digitaal weerbaar te
houden. Als kabinet hebben we daar een taak, namelijk ervoor zorgen dat het ecosysteem bijdraagt en
dienend is aan onze publieke waarden en de
randvoorwaarden van cybersecurity daarin dekt.
Veel (digitale) systemen, diensten en processen zijn
niet ontworpen met cybersecurity en risicomanagement als fundament (security-by-design en
security-by-default) met als gevolg dat de eindgebruikers verantwoordelijk zijn om ons systeem digitaal
veilig te houden. In andere sectoren is het ecosysteem
in de loop der jaren uitgewerkt in een
uitgebalanceerde samenstelling van instrumenten,
zoals wettelijke veiligheidseisen, certificeringen, keurmerken en verplichte opleidingen. Op den duur zal
ook voor de cyberveiligheid van digitale producten en
diensten dergelijke structuren worden opgezet.
Het kabinet zet daarom in op het versterken en transformeren van het digitale ecosysteem waarbij één
organisatie of één individu niet langer de zwakste
schakel kan zijn. Dat betekent dat een herschikking
van de verantwoordelijken van alle spelers in het ecosysteem noodzakelijk is waarbij de juiste rechten en
plichten bij de juiste partijen terecht komen. Het herschikken van verantwoordelijkheden in de digitale
ruimte vergt de inzet van een uitgebalanceerd
samenspel aan instrumenten: van intensievere
publiek-private samenwerking tot nieuwe wetgeving,
met als doel een ecosysteem te creëren waarbij burgers en (kleine) bedrijven in beginsel veilige
producten en diensten kunnen afnemen.
Inleiding en context | 9
In het kader de Europese digitaal eengemaakte
markt, het streven naar een gelijk speelveld en veilige
(Internet of Things) producten en diensten zet het
kabinet daarbij zo veel mogelijk in op het ontwikkelen van Europese wet- en regelgeving. In Europees
verband zijn inmiddels diverse wettelijke maatregelen en initiatieven gerealiseerd om dit te
bewerkstelligen.
We zullen uiteindelijk moeten komen tot een situatie
waarbij elke partij die deel uitmaakt van het digitale
ecosysteem inzicht heeft in zijn bijdrage aan de veiligheid en stabiliteit van het totaal. Dit vergt een
systeemtransformatie. Geen enkele partij kan dat
alleen, ook de overheid niet. Het is een gezamenlijke
inspanning waarbij alle deelnemers aan de transformatie bijdragen. Dat is niet vrijblijvend. Cybersecurity
zal immers altijd een gedeelde verantwoordelijkheid
blijven tussen degene die de (digitale) infrastructuur
bouwen, degenen die deze beheren en degenen die
deze gebruiken. Dit vergt samenwerking, maar ook
stevige coördinatie, zodat dat de inspanningen in
samenhang verlopen en uiteindelijk meer zijn dan de
som der delen.
Het kabinet beschrijft in de Nederlandse cybersecuritystrategie de visie op een digitaal veilig Nederland
waarin burgers en bedrijven ten volle kunnen profiteren van deelname aan de digitale samenleving, vrij
van zorgen over cyberrisico’s. Dit is de stip op de
horizon. Op sommige thema’s zal de realisatie van
deze visie meerdere kabinetsperioden in beslag
nemen of zelfs een permanent streven blijven. Met
de strategische doelen en het actieplan beschrijft het
kabinet op welke manier het de komende jaren zal
bijdragen aan het realiseren van de visie. Fasering,
prioritering en keuzes maken zijn daarbij nodig want
het realiseren van een digitaal veilig Nederland zal
jaren in beslag nemen. Niet alle ambities zullen op
korte of middellange termijn kunnen worden gerealiseerd. Daar waar het realiseren van de ambities
extra middelen behoeft, kiest het kabinet er in deze
fase voor om structureel te investeren in de AIVD en
de MIVD met als doel beter zicht en grip te krijgen op
de dreiging. Daarnaast worden er ook middelen
beschikbaar gesteld om het Landelijk Dekkend Stelsel
van cybersecurity samenwerkingsverbanden te versterken, onder andere door de doorontwikkeling van
het NCSC richting een nationale CSIRT en door het
centraliseren van overheidsschakelorganisaties waar
dit kan en dit het publieke belang dient. Tenslotte
worden er middelen beschikbaar gesteld voor departementen met grote sectorale uitdagingen zodat zij
de digitale weerbaarheid van deze sectoren gericht
kunnen versterken. In het algemeen geldt dat er voor
het uitvoeren van de acties zoals verwoord in het
actieplan voldoende dekking is. Wanneer er echter
sprake zal zijn van vervolgstappen of aanvullende
(wetgevings)trajecten als gevolg van de acties, zal
additionele dekking gevonden moeten worden. In de
bijlagen staat een uitgebreidere toelichting op de
financiële onderbouwing van deze strategie.
De strategie zal tevens duidelijk maken wat concreet
van de overheid kan worden verwacht en waarvoor
ze ook aanspreekbaar is.
Samenwerking in het
cybersecuritydomein
De strategie is tot stand gekomen met een brede
betrokkenheid van vele publieke, private en
maatschappelijke organisaties en bouwt voort op
eerdere kabinetsbrede cybersecuritystrategieën uit
2011, 2013 en 2018. Voor de totstandkoming en
implementatie van de strategie werken alle ministeries samen, ook met publieke en private partners. De
minister van Justitie en Veiligheid is coördinerend
bewindspersoon voor cybersecurity, en verantwoordelijk voor de aanpak van cybercrime, en voert regie
op de uitvoering van deze strategie en de monitoring
daarvan. Echter, voor het behalen van de cybersecuritydoelen houdt iedere partij zijn eigen taken en
verantwoordelijkheden Tot slot is er een nauwe
samenhang met de inzet van het kabinet op digitalisering, onder regie van de staatssecretaris voor
Koninkrijksrelaties en Digitalisering, zoals
uiteengezet in de hoofdlijnenbrief digitalisering van 8
maart 2022.1
Cybersecurity: het geheel aan maatregelen om
relevante digitale risico’s tot een aanvaardbaar
niveau te reduceren. Dit omvat ook het omgaan
met risico’s op schade of uitval van digitale systemen en de beschikbaarheid, integriteit en
vertrouwelijkheid van gegevens. De maatregelen
kunnen zijn gericht op het voorkomen van cyberincidenten en - wanneer cyberincidenten zich
hebben voorgedaan - deze te ontdekken, schade
te beperken en herstel eenvoudiger te maken.
Wat een aanvaardbaar niveau is, is de uitkomst
van een risico-afweging.2
Digitale weerbaarheid: het vermogen om (relevante) risico’s tot een aanvaardbaar niveau te
reduceren door middel van een verzameling van
maatregelen om cyberincidenten te voorkomen
en wanneer cyberincidenten zich hebben voorgedaan deze te ontdekken, schade te beperken
en herstel eenvoudiger te maken. Wat een aanvaardbaar niveau van weerbaarheid is, is de
uitkomst van een risico-afweging. Die kan helpen om de juiste technische, procedurele of
organisatorische maatregelen te kiezen.3
Cybercriminaliteitsbestrijding: bestrijding van
criminaliteit waarbij een computersysteem
wordt aangevallen of misbruikt voor criminele
activiteiten. Cybercrimebestrijding is een
integraal onderdeel van de cybersecurity aanpak.