3.3.2 De Grondwet
Het bestaan, de aansturing en de inzet van de krijgsmacht zijn verankerd in de Nederlandse
Grondwet, met name in de artikelen 97 en 100:
Artikel 97
1. Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk,
alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale
rechtsorde, is er een krijgsmacht.
2. De Regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht.
Artikel 100
1. De Regering verstrekt de Staten-Generaal vooraf inlichtingen over de inzet of het ter
beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde (lees: de 2e hoofdtaak). Daaronder is begrepen het vooraf verstrekken
van inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht voor
humanitaire hulpverlening in geval van gewapend conflict.
2. Het eerste lid geldt niet, indien dwingende redenen het vooraf verstrekken van inlichtingen verhinderen. In dat geval worden inlichtingen zo spoedig mogelijk verstrekt.
Het tweede lid van artikel 97 bepaalt dat het oppergezag over de krijgsmacht exclusief berust
bij de regering: het primaat van de politiek. Dat brengt ook met zich mee dat de regering de
politieke verantwoordelijkheid draagt tegenover het parlement. Ten slotte blijkt hieruit dat
de regering het oppergezag niet uit handen geeft, ook niet wanneer zij troepen ter
beschikking stelt van internationale organisaties.
Artikel 100 geeft aan dat de regering het parlement vooraf moet informeren over de inzet of
het ter beschikking stellen van de krijgsmacht voor de handhaving of bevordering van de
internationale rechtsorde, tenzij de uitzondering in het tweede lid van het artikel van
toepassing is. In dat geval moeten volgens het tweede lid inlichtingen zo spoedig mogelijk
worden verstrekt aan het parlement na aanvang van de inzet of de ter beschikkingstelling.
Deze informatieplicht geldt niet voor de verdedigingstaak. Bij de verdedigingstaak gaat het
om individuele of collectieve zelfverdediging zoals omschreven in artikel 51 van het
VN-Handvest. Inzet voor collectieve zelfverdediging kan plaatsvinden op grond van de
internationale bijstandsverplichting in artikel V van het NAVO-verdrag en artikel 42 van het
Verdrag betreffende de Europese Unie.
51