Vertrouwen van het publiek en ondersteuning van legitimiteit op basis van
consensus
Militaire operaties moeten worden bekeken in een JIMP-context, waarbij de
Nederlandse krijgsmacht samenwerkt met de multinationale- en interagency-partners
teneinde door eenheid van doelstelling en -inspanning de gewenste effecten te
bereiken. Dit alles terwijl rekening wordt gehouden met de eisen van het publieke
vertrouwen en de publieke steun, zowel in eigen land als internationaal. Publieke
instemming verleent de militaire operatie namelijk legitimiteit.
Het veiligheidsbeleid - zowel het nationale, het internationale als het buitenlandbeleid leidt tot een aantal uitgangspunten voor het optreden van de Nederlandse krijgsmacht:
joint, multinationaal en interagency en publiek (public). Het realiseren van een dergelijke
geïntegreerde benadering kan worden bereikt door het toepassen van een raamwerk waarin
de effectieve samenwerking en gezamenlijke inspanning van sleutelfunctionarissen in de
volgende vier gebieden de norm is:
• Joint optreden, gedefinieerd als operaties waarbij minimaal twee krijgsmachtsdelen
zijn betrokken16 omdat de krijgsmachtdelen ieder beschikken over capaciteiten die aan
elkaar complementair zijn. Door deze elkaar aanvullende capaciteiten van meerdere
krijgsmachtdelen geïntegreerd in te zetten, wordt een optimale effectiviteit bereikt
teneinde de operationele doelstellingen te realiseren.
• Multinationaal (combined) optreden omdat gekozen is voor het NAVO-lidmaatschap,
voor het optreden in EU-verband, of voor een andere veiligheidsorganisatie of coalitie
die multinationaal is samengesteld. De Nederlandse krijgsmacht zal daarom vrijwel
altijd worden ingezet in het kader van een overkoepelende strategie, die door een
alliantie of coalitie wordt geformuleerd. Dit sluit niet uit dat voor kleine operaties
uitsluitend Nederlandse eenheden worden ingezet. Deze situatie doet zich doorgaans
voor bij nationale operaties.
16 Joint: “Adjective used to describe activities, operations and organizations in which elements of at least two services participate”
(NATO agreed).
43