offensieve acties in opstandige regio’s, het bestrijden van inheemse guerrillastrijders en
het tegengaan van zeeroof en piraterij.
In 1913-1914 vond in het kader van een multinationale operatie in Albanië de allereerste
uitzending plaats van Nederlandse militairen met een vredesopbouwende taak. Ruim
twintig jaar later pas, in 1935, gebeurde dat opnieuw en werden bij een operatie van de
Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) mariniers ingezet in het Duitse
Saarland. In het algemeen echter kende het Nederlandse defensie- en veiligheidsbeleid,
evenals dat van de overige Westerse landen, tot ver voorbij de Tweede Wereldoorlog
nauwelijks ambities op het gebied van internationale crisisbeheersing en
conflictoplossing.
Na het einde van de Duitse bezetting en het herstel van de Nederlandse onafhankelijkheid
in 1945 richtte het Nederlandse defensie en veiligheidsbeleid zich op de landsverdediging
in bondgenootschappelijk verband tegen de communistische dreiging uit het Oosten. Om
zijn vitale belangen te beschermen, koos Nederland – aanvankelijk aarzelend, maar
gaandeweg met overtuiging – voor internationale samenwerking en inbedding in
multinationale (veiligheids-)structuren, zoals de Verenigde Naties (VN), de NoordAtlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en de diverse Europese Gemeenschappen,
tegenwoordig de Europese Unie (EU). Daarmee gaf het overigens wel voor een deel de
soevereine besluitvorming op die politiek-strategische en militair-strategische
aangelegenheden betrof.
Tijdens de Koude Oorlog was het directe veiligheidsbelang van Nederland gericht op de
territoriale verdediging van West-Europa in NAVO-verband tegen een militaire aanval van
het door de Sovjet-Unie geleide Warschaupact. De heropgebouwde Nederlandse
krijgsmacht bestond uit eenheden die op het reguliere gevecht waren gericht en daartoe
uitgerust. Daarnaast toonde Nederland zich bereid kleine bijdragen te leveren aan
vredeshandhavende en -ondersteunende operaties van de nieuwe VN, alsook aan
humanitaire hulpoperaties, mits een dergelijke inzet de verdedigingstaak in het kader van
de NAVO niet al te veel hinderde.
Het einde van de Koude Oorlog luidde een nieuw tijdperk in. De geostrategische
omwenteling van de jaren 1989-1991 bracht een verschuiving in het Nederlandse
veiligheidsbeleid teweeg. Nederland vormde zijn verdedigingsleger om tot een kleiner en
flexibeler instrument voor internationale crisisbeheersing en interventies. De inzet in
VN-verband nam toe, mede omdat de VN-Veiligheidsraad zich een belangrijkere rol
toe-eigende bij het beslechten van conflicten. De NAVO maakte tegelijkertijd de omslag
van een regionaal verdedigingscollectief naar een mondiaal opererende veiligheids
organisatie. Deelname aan internationale operaties van dit bondgenootschap, aan ad hoc
35