MONITEUR BELGE — 03.02.2001 — BELGISCH STAATSBLAD
Elke dienst moet het formulier behoorlijk ingevuld uiterlijk op 28 februari van het boekjaar bij aangetekend
schrijven terugzenden. Zo niet wordt de jaarlijkse toelage van de dienst naar rata van de erkende capaciteiten
vastgesteld op 80 % van het bedrag waarop hij het jaar vóór het boekjaar aanspraak kon maken. »
Art. 4. De §§ 2 en 3 van artikel 23 van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt :
« § 2. In geval van oprichting van een dienst loopt de referentieperiode vanaf de eerste dag van zijn werking of
omvorming tot 31 december van het lopende kalenderjaar, behalve als ze resulteert uit een omvorming bedoeld in
afdeling 2 van titel VII of als de dienst zich in één van de onderstaande gevallen bevindt :
1° een vermindering van de erkende capaciteit, behalve als ze resulteert uit de omvorming bedoeld in afdeling 2
van titel VII;
2° binnen de perken van de beschikbare kredieten, een verhoging van de erkende capaciteit voor het onthaal van
personen die uitsluitend onder categorie « C » vallen, zoals bepaald in artikel 21, § 3, 3°, en waarvan de naam vermeld
wordt op de lijst bedoeld in artikel 58, behalve als ze resulteert uit de omvorming bedoeld in afdeling 2 van titel VII;
3° binnen de perken van de beschikbare kredieten, een erkenningswijziging, behalve als ze resulteert uit de
omvorming bedoeld in afdeling 2 van titel VII, met als gevolg een verhoging van de toelagen te wijten aan het onthaal
van personen die uitsluitend onder categorie « C » vallen, zoals bepaald in artikel 21, § 3, 3°, en waarvan de naam
vermeld wordt op de lijst bedoeld in artikel 58.
Het Agentschap legt de gemiddelde referentiebezetting voorlopig vast aan het begin van de bedoelde periode en
past het aantal aan na afloop van het boekjaar op grond van de effectieve gemiddelde bezetting tijdens de
referentieperiode.
Het volgende kalenderjaar wordt deze berekeningswijze automatisch opnieuw toegepast.
§ 3. Wanneer de dienst omgevormd wordt, zoals bedoeld in afdeling 2 van titel VII, wordt de jaarlijkse toelage
berekend op grond van een gemiddelde referentiebezetting die met de erkende nieuwe capaciteit overeenstemt. De
gemiddelde referentiebezetting wordt per type handicap verdeeld op grond van de verhoudingen die zijn vastgesteld
in het raam van het in artikel 23, § 1, bedoelde laatste onderzoek waarvan het Agentschap op de hoogte is.
De aldus berekende gemiddelde referentiebezetting wordt vermenigvuldigd met de toelagen per tenlasteneming
bedoeld in artikel 21 en met inachtneming van de anciënniteit vermeld in de laatste lijst bedoeld in artikel 29, § 2,
waarvan het Agentschap op de hoogte is.
Vanaf het kalenderjaar na het jaar van de omvorming wordt de jaarlijkse toelage overeenkomstig artikel 24 van dit
besluit berekend op grond van de gemiddelde referentiebezetting die is vastgesteld tussen de datum van de door het
beheerscomité van het Agentschap besloten omvorming en 31 december en het toegekende bedrag bedoeld in
artikel 24, § 1, 2°, dat jaarlijks wordt berekend.
De jaarlijkse toelage voor de tenlastenemingen die het gevolg zijn van de in artikel 85, 5°, a), b), c), d) en e), bedoelde
omvormingen, resulteert uit de marge tussen de toelage waarop de dienst die tot de omvorming heeft besloten, recht
zou hebben als hij niet was omgevormd, rekening houdende in voorkomend geval met het anciënniteitssupplement
slaande op het vorige jaar en met de toelage die hij in het kader van de omvorming ontvangt.
De twee boekjaren na de omvorming wordt dat bedrag jaarlijks toegekend en vermenigvuldigd met de in
artikel 24, § 1, 2°, bedoelde aanpassingscoëfficiënt. De jaarlijkse toelage voor de tenlastenemingen die voorafgaan aan
de omvorming, stemt gedurende beide boekjaren overeen met het bedrag dat het jaar van de omvorming wordt
toegekend, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt bedoeld in artikel 24, § 1, 2°.
Bij gebrek aan nieuwe omvormingen wordt de jaarlijkse toelage voor de in deze paragraaf bedoelde diensten
berekend overeenkomstig artikel 24. »
Art. 5. In artikel 23 van hetzelfde besluit wordt een § 4 ingevoegd, luidend als volgt :
« § 4. De omvormingen mogen op z’n vroegst op 1 juni van elk boekjaar beginnen ».
Art. 6. Artikel 24 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
1° in § 2, 1°, a en b, wordt het cijfer 3 vervangen door 1,5;
2° in § 2, 2°, a en b, wordt het cijfer 6 vervangen door 3;
3° in § 2, 3°, a en b, wordt het cijfer 9 vervangen door 4,5.
Art. 7. In artikel 25 van hetzelfde besluit worden de termen « en § 3, tweede lid » geschrapt.
Art. 8. Artikel 26, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
« Voor elk personeelslid is de anciënniteit de geldelijke anciënniteit waarop het recht heeft op 31 december van het
boekjaar waarop de toelage betrekking heeft, gewogen met de omvang van de bezoldigde prestaties. De anciënniteit
van het personeelslid dat de dienst vóór die datum verlaat, is de anciënniteit waarop het recht heeft op de datum
waarop het de dienst verlaat, gewogen met de omvang van de bezoldigde prestaties ».
Art. 9. Artikel 26, derde lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt :
« Van het resultaat van de deling wordt vervolgens een halfjaar anciënniteit afgetrokken. »
Art. 10. Artikel 26 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid dat als volgt luidt :
« De anciënniteit binnen de diensten die betrokken zijn bij een omvorming bedoeld in afdeling 2 van titel VII wordt
berekend volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 23, § 3. »
Art. 11. De laatste zin van artikel 29, § 2, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
« De diensten moeten deze lijst behoorlijk ingevuld uiterlijk op 31 maart na het afgelopen boekjaar bij aangetekend
schrijven aan het Agentschap sturen. Zo niet wordt de jaarlijkse toelage voor de dienst naar rata van de erkende
capaciteiten vastgesteld op 90 % van de laatste jaarlijkse toelage. »
Art. 12. In artikel 31 van hetzelfde besluit wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
« De diensten moeten de driemaandelijkse opgave behoorlijk ingevuld binnen 50 kalenderdagen na de afgelopen
trimester bij aangetekend schrijven aan het Agentschap sturen. Zo niet wordt de dagelijkse toelage voor dat trimester
naar rata van de erkende capaciteiten vastgesteld op 50 % van de toelage waarop ze voor hetzelfde trimester aanspraak
konden maken. »
2941