c. het onderdeel of de onderdelen, genoemd in het eerste lid, met het oog waarop het bevel wordt gegeven en, als dit het onderdeel a, d of e betreft, een duidelijke omschrijving van de te verrichten handelingen; d. ten aanzien van welk deel van het geautomatiseerde werk en welke categorie van gegevens aan het bevel uitvoering wordt gegeven; e. het tijdstip waarop, of de periode waarbinnen aan het bevel uitvoering wordt gegeven; f. in het geval het een bevel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betreft, een melding van het voornemen om een technisch hulpmiddel op een persoon te bevestigen. 3. Artikel 126nba, derde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing. R In artikel 126bb, tweede lid, onderdeel b, wordt «bedoeld in artikel 126m, derde lid, onderdeel c, artikel 126t, derde lid, onderdeel c, en artikel 126zg, tweede lid, onderdeel a» vervangen door: bedoeld in artikel 126m, tweede lid, onderdeel c, artikel 126t, tweede lid, onderdeel c, en artikel 126zg, tweede lid, onderdeel a. S In Titel VD komt het opschrift van de Derde afdeling te luiden: DERDE AFDELING DE BEWARING EN DE VERNIETIGING VAN PROCESSEN-VERBAAL EN ANDERE VOORWERPEN, HET GEBRUIK VAN GEGEVENS VOOR EEN ANDER DOEL EN DE ONTOEGANKELIJKMAKING EN VERNIETIGING VAN GEGEVENS. T Aan artikel 126cc worden twee leden toegevoegd, luidende: 5. Indien bij een onderzoek in een geautomatiseerd werk gegevens worden aangetroffen met betrekking tot welke of met behulp waarvan het strafbare feit is gepleegd, kan de officier van justitie bepalen dat die gegevens ontoegankelijk worden gemaakt voor zover dit noodzakelijk is ter beëindiging van het strafbare feit of ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten. Het bepaalde in artikel 125o, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. 6. Zodra blijkt dat gegevens die zijn vastgelegd tijdens een onderzoek in een geautomatiseerd werk van geen betekenis zijn voor het onderzoek, worden zij vernietigd. Artikel 125n, tweede lid, is van toepassing. U Artikel 126ee, aanhef en onderdelen a en b, komt te luiden: Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent: a. De opslag, verstrekking, plaatsing en verwijdering van de technische hulpmiddelen, bedoeld in de artikelen 126g, derde lid, 126l, eerste lid, 126nba, eerste lid, 126o, derde lid, 126s, eerste lid, 126uba, eerste lid, 126zd, eerste lid, 126zf, eerste lid, en 126zpa, eerste lid, alsmede van de technische hulpmiddelen bedoeld in de artikelen 126m, eerste lid, 126t, eerste lid, en 126zg, eerste lid, voor zover het bevel, bedoeld in artikel 126m, derde of vierde lid, onderscheidenlijk de artikelen 126t, derde of vierde lid en 126zg, derde of vierde lid, ten uitvoer wordt gelegd zonder medewerking van de betrokken aanbieder; Staatsblad 2018 322 9

Select target paragraph3