5. Het bevel, bedoeld in het eerste lid, kan schriftelijk en met redenen
omkleed worden gewijzigd, aangevuld, verlengd of beëindigd, met dien
verstande dat de officier van justitie voor wijziging, aanvulling of
verlenging een machtiging van de rechter-commissaris behoeft. Bij
dringende noodzaak kunnen de beslissing van de officier van justitie en de
machtiging van de rechter-commissaris mondeling worden gegeven. De
officier van justitie en de rechter-commissaris stellen deze in dat geval
binnen drie dagen op schrift.
6. Nadat het onderzoek is beëindigd wordt het technische hulpmiddel
verwijderd. Indien het technische hulpmiddel niet of niet volledig kan
worden verwijderd en dit risico’s oplevert voor het functioneren van het
geautomatiseerde werk stelt de officier van justitie de beheerder van het
geautomatiseerde werk daarvan in kennis en stelt de nodige informatie ter
beschikking ten behoeve van de volledige verwijdering. Het bepaalde in
artikel 126cc, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
7. Het toezicht op de uitvoering van het bevel, bedoeld in het eerste lid,
door de ambtenaren, bedoeld in artikel 141, onderdeel d, en de personen,
bedoeld in artikel 142, eerste lid, onderdeel b, wordt uitgeoefend door de
inspectie, bedoeld in artikel 65 van de Politiewet 2012, overeenkomstig het
bepaalde in hoofdstuk 6 van de Politiewet 2012.
8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gesteld omtrent:
a. de autorisatie en deskundigheid van de opsporingsambtenaren die
kunnen worden belast met het binnendringen en het onderzoek, bedoeld
in het eerste lid, en de samenwerking met andere opsporingsambtenaren;
b. de geautomatiseerde vastlegging van gegevens over de uitvoering
van het bevel, bedoeld in het eerste lid.
9. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
over de toepassing van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, in de
gevallen waarin niet bekend is waar de gegevens zijn opgeslagen.
H
In artikel 126ng, eerste lid, wordt «artikel 126la» vervangen door: artikel
138e.
I
In artikel 126ni, tweede lid, wordt «artikel 126la» vervangen door: artikel
138e.
J
Artikel 126o, derde lid, tweede volzin, komt te luiden:
Een technisch hulpmiddel wordt niet op een persoon bevestigd, tenzij
met diens toestemming dan wel in het geval, bedoeld in artikel 126uba,
eerste lid, onder c.
K
In artikel 126t, eerste lid, wordt «artikel 126la» vervangen door: artikel
138e.
L
Na artikel 126ub wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Staatsblad 2018
322
6