a. kabels boven gronden, gebouwen en wateren worden aangelegd en in stand gehouden, op voorwaarde dat er geen aanhechting of aanraking plaatsvindt; b. in en aan gebouwen, alsmede in en op gronden die daarmee één geheel vormen, kabels en aansluitpunten worden aangelegd en in stand gehouden ten behoeve van aansluitingen in die gebouwen en in naburige gebouwen; c. de onder a en b van dit artikel bedoelde kabels worden opgeruimd. 2. Door de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels wordt geen verandering teweeg gebracht in de bestemming van hetgeen waarin, waarop of waarboven de kabels zijn of worden aangelegd alsmede zo min mogelijk veranderiing aan het uiterlijk en zo min mogelijk belemmering in het gebruik ervan. 3. Op de aanleg van kabels ingevolge dit artikel is het bepaalde bij artikel 72 niet van toepassing. Artikel 75 EIGENDOM 1. De aanleg van kabels en aansluitpunten door een concessiehouder in en op gronden, alsmede in en aan gebouwen van anderen, brengt geen wijziging in de eigendom van hetgeen is aangelegd. 2. Lid 1 van dit artikel is mede van toepassing op kabels en aansluitpunten die zijn aangelegd vóór het tijdstip waarop deze bepaling in werking treedt. Artikel 76 VERPLAATSING 1. Elke concessiehouder of vergunninghouder is verplicht op eigen kosten tot verplaatsing van kabels ten dienste van de telecommunicatie-infrastructuur over te gaan, indien deze verplaatsing nodig is voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege degene op wie een gedoogplicht rust. 2. In andere gevallen dan in lid 1 van dit artikel bedoeld, gaat de concessiehouder of vergunninghouder slechts tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde verplaatsing over, indien de verzoeker hem de kosten daarvan vergoedt. 3. Bij het ontbreken van overeenstemming over de kosten zijn artikel 72 leden 2 en 3 van overeenkomstige toepassing. Artikel 77 INKORTEN BEPLANTINGEN 1. Rechthebbenden ten aanzien van bomen of beplantingen zijn, behoudens het recht op schadevergoeding, verplicht deze op verzoek van een concessiehouder of vergunninghouder te snoeien dan wel de wortels of takken daarvan in te korten, voor zover deze als een hinder ondervonden worden bij het aanleggen, onderhouden en exploiteren van de telecommunicatie infrastructuur. 34

Select target paragraph3

Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents