draadomroepinrichting als bedoeld in artikel 51 is, geheel of gedeeltelijk in, op
of boven openbare gronden aan te leggen, te ontwikkelen en te gebruiken, tenzij
met vergunning van de TAS.
2
Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden en een vergunning
kan onder beperkingen worden verleend; deze kunnen betrekking hebben op:
a. de duur, aard en omvang van de vergunning;
b. de techniek en structuur van de inrichting;
c. de keuring van de inrichting;
d. het voorkomen dan wel het opheffen van storing aan derden door het
gebruik van de inrichting;
e. het voorkomen van aantasting van de doelmatigheid van de
telecommunicatie-infrastructuur;
f. het stellen van eisen aan degenen die kabelinrichtingen installeren;
g. de wijze van aansluiting op de telecommunicatie-infrastructuur.
3.
Een vergunning voor een zodanige inrichting wordt geweigerd, indien:
a. een concessiehouder niet bereid en in staat is binnen een redelijke termijn en
tegen redelijke voorwaarden het gebruik van een aan een zodanige inrichting
gelijkwaardige voorziening beschikbaar te stellen;
b. anderszins een doelmatige verzorging van de telecommunicatie in het
algemeen maatschappelijk en economisch belang zich tegen het verlenen
verzet.
4.
Een vergunning kan, onverminderd het bepaalde in lid 7 van dit artikel, worden
geweigerd, indien een eerder verleende vergunning als bedoeld in lid 1 van dit
artikel, is ingetrokken:
a. op grond van het bepaalde in artikel 101 lid 1onder a;
b. wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels dan
wel van de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen
waaronder zij is verleend.
5.
Een vergunning wordt ingetrokken, indien:
a. de vergunninghouder daarom verzoekt;
b. de gronden, waarop de vergunning is verleend, zijn vervallen.
6.
Een vergunning kan worden ingetrokken, indien:
a. een doelmatige verzorging van de telecommunicatie in het algemeen
maatschappelijk en economisch belang dit vordert;
b. de vergunninghouder die bij of krachtens deze wet vastgestelde regels dan
wel de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen
waaronder deze is verleend, niet nakomt.
7.
Ten aanzien van een vergunning als bedoeld in lid 1 van dit artikel is artikel 48
van overeenkomstige toepassing; indien de aanvraag om een zodanige
vergunning niet voldoet aan de daarvoor krachtens artikel 47 lid 1 vastgestelde
regels, kan de vergunning worden geweigerd.
§5
OVERIGE BEPALINGEN
26
Select target paragraph3
Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents