Inleiding Aanleiding In 2013 is voor de laatste keer de Nederlandse Defensiedoctrine (NDD) uitgegeven. Die uitgave kwam voort uit de toenemende nadruk op het hanteren van een geïntegreerde benadering als gemeenschappelijke noemer van bepaalde operationele concepten. In de daarop volgende vijf jaar is het militaire optreden verder geëvolueerd. De recente wereldwijde militaire inzet en de daaruit voortkomende ervaringen leren dat het militaire optreden doorgaans multinationaal, joint en interagency ingebed is in een strategie waarin alle machtsmiddelen worden benut om aan het strategische doel bij te dragen. De veranderde en veranderende wijze waarop conflicten zich sinds 2013 manifesteren en het denken over de inzet van het militaire machtsmiddel dat onder andere tot uitdrukking komt in de hoogste doctrinepublicaties binnen de NAVO, hebben tot de herziening van de Nederlandse Defensiedoctrine (NDD) geleid. Doctrine in historisch perspectief 8 Sinds de tijd van de Verlichting groeide in Europa de overtuiging dat, net als in andere disciplines van de wetenschap, de oorlog als onderzoeksobject, en de wijzen van oorlogvoering, konden worden doorgrond door studie en analyse. Eind 18e en begin 19e eeuw kwam daarom een hausse van militaire publicaties op gang. Diverse (militaire) auteurs, zoals Clausewitz en Jomini, deden in deze periode een eerste aanzet tot de beschrijving van wetmatigheden in de uitvoering en geleerde lessen van militaire operaties. De professionalisering van het militaire vak en de ontwikkelingen richting massaoorlogvoering sinds de dagen van de Franse Revolutie maakten het tegelijkertijd nodig dat krijgsmachten hun optreden gingen vastleggen in doctrines. Hierin beschreven zij de functies van krijgsmachtonderdelen, wapens en dienstvakken tijdens een conflict en de manier waarop (grote) formaties doelen konden verwezenlijken. Zulke omschrijvingen verschaften eenheid van opvatting en kanaliseerden het militaire denken op de diverse niveaus van optreden. Krijgsgeschiedenis werd gezien als de voornaamste basis voor deze doctrinevorming. De eerste doctrines boden een eenduidige leidraad voor de planning, uitvoering en afronding van militaire taken. Ze kenden, ook toen al, een zekere gelaagdheid. Er waren publicaties die het optreden van ‘grote eenheden’ op strategisch niveau beschreven, alsook uitgaven die het tactisch handelen van de wapens en dienstvakken behandelden, en handboeken voor het optreden op technisch niveau - de moderne ‘tactics, techniques and procedures’. De samenhang tussen de diverse publicaties en de mate van detail waren nog beperkt. Nederlandse Defensie Doctrine

Select target paragraph3