Daarnaast is er discussie over andere uitzonderingen op het geweldsverbod. In het
bijzonder gaat het daarbij om het toestaan van humanitaire interventie. Het Nederlandse
standpunt is dat in een humanitaire noodsituatie militair ingrijpen gerechtvaardigd kan zijn
op morele en politieke gronden. Dat betekent dat humanitaire interventie in uitzonderlijke
gevallen en onder strikte voorwaarden als laatste redmiddel, toelaatbaar is. Dat betekent
echter niet dat humanitaire interventie een rechtsgrond is. Consequentie van de verschillende rechtsgronden is dat verantwoordelijkheden en bevoegdheden van militairen per
operatie sterk kunnen verschillen.
3.2.4 Rechtsregimes
Het internationaal recht dat regelt of een staat geweld mag gebruiken, moet worden
onderscheiden van de rechtsregimes die het geweldsgebruik zelf reguleren. Het van
toepassing zijnde juridische kader tijdens inzet buiten Nederland verschilt per operatie en
soms zelfs tussen verschillende gebieden of fasen van een en dezelfde operatie. Zo kunnen
bij drugsbestrijding- en antipiraterij-operaties (rechtshandhaving) bijvoorbeeld ook de
regels van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering van toepassing
zijn. In alle gevallen geldt dat de wijze waarop de toegekende taken en bevoegdheden
worden uitgeoefend, in overeenstemming moet zijn met de beschermende bepalingen uit
het humanitair oorlogsrecht.
3.2.5 Humanitair oorlogsrecht
Het humanitair oorlogsrecht, het jus in bello, zoals onder meer beschreven in de Verdragen
van Genève met de daarbij behorende aanvullende protocollen, is kader stellend tijdens
militaire operaties. Het doel van het humanitair oorlogsrecht is een balans te realiseren
tussen militaire noodzaak (realiteit van geweldgebruik) en humaniteit (voorkomen van
onnodig leed). Het humanitair oorlogsrecht kent hiertoe bevoegdheden en beperkingen.
De bevoegdheden omvatten voornamelijk het recht van combattanten om deel te nemen
aan vijandelijkheden. De beperkingen behelzen voornamelijk regels over de methoden en
middelen in de oorlogvoering en regels over de bescherming van personen en goederen.
Het humanitair oorlogsrecht is formeel alleen van toepassing wanneer er sprake is van een
‘gewapend conflict’.17 Of sprake is van een gewapend conflict hangt af van feitelijke
gebeurtenissen en niet van uitspraken of politieke standpunten van strijdende partijen. Ook
wanneer het humanitair oorlogsrecht formeel niet van toepassing is, is het beleid van de
NAVO en van Nederland om de beschermende bepalingen uit dit rechtsgebied te hanteren
17 Er zijn twee soorten gewapend conflict, te weten tussen twee of meer staten (internationaal gewapend conflict),
of tussen een of meer staten en een of meer georganiseerde gewapende groepen, of tussen deze groepen
onderling (niet-internationaal gewapend conflict).
49