een schijn van stabiliteit. Dit systeem kwam echter in de tweede helft van de eeuw alweer onder druk te staan door de opkomst van nieuwe ambitieuze staten. Nieuwe onevenwichtigheid werd bovendien veroorzaakt door een klassiek aspect van de internationale betrekkingen: de ondergang van rijken. Nederland – sinds 1815 een eenheidsstaat en koninkrijk – trok zich na de afscheiding van België (1839) terug in een isolement van gewapende neutraliteit. De voormalige grootmacht laveerde tussen de Europese grote mogendheden, het meest letterlijk tussen Groot-Brittannië en Duitsland. Omdat met name oosterbuur Duitsland een agressieve buitenlandse politiek nastreefde, vormde het bijna een eeuw lang de grootste bedreiging voor de integriteit en het voortbestaan van de Staat der Nederlanden. Het Koninkrijk was inmiddels een kleine, rijke handelsnatie, met nog altijd aanzienlijke economische invloed. In Indië en het Caribische gebied exploiteerde het rendabele koloniën. Mede door die welvaart was Nederland ook een van de landen in Europa waar vanaf het midden van de 19e eeuw de eerste contouren ontstonden van een democratische rechtstaat (een liberale parlementaire democratie). 18 Na de grote ontwrichting door de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie – feitelijk het begin van een periode van strijd tussen grote wereldideologieën – bleek de staat zijn functie als beschermheer langzaamaan kwijt te raken. Dreigingen en veiligheidsvraagstukken werden steeds minder gezien als een zaak van enkel staten onderling, of als alleen kwesties van oorlog en vrede. Verder kreeg het idealistische concept van een universeel, supranationaal recht, dat de soevereiniteit van staten erodeerde, steeds meer voet aan de grond. Het leidde tot de vorming van een supranationale ordening, eerst in de vorm van de Volkenbond, later de Verenigde Naties, voor het vreedzaam tegengaan, dempen of beslechten van statelijke conflicten. Daarnaast hadden de Industriële Revolutie en het Europese imperialisme een wereldeconomie doen ontstaan die in toenemende mate zodanig grensoverschrijdend was, dat belangrijke maatschappelijke (financiële en economische) processen buiten de invloed van de staat raakten, terwijl zij een steeds groter effect hadden op mondiale veiligheidsvraagstukken en op de internationale stabiliteit. Dit bleek bijvoorbeeld in de 19e eeuw bij de mondiale economische depressie die de katalysator werd van de revoluties van 1848, evenals in de 20e eeuw toen de beurscrash van 1929 en de Grote Depressie van de jaren dertig een opmaat bleken tot de Tweede Wereldoorlog. Ten slotte leidden technologische ontwikkelingen tot het ontwikkelen van massavernietigings­ wapens, eerst chemische en biologische, en daarna het kernwapen, waartegen geen staat zijn bevolking nog kon beschermen. Nederlandse Defensie Doctrine

Select target paragraph3