MONITEUR BELGE — 03.02.2001 — BELGISCH STAATSBLAD
Bedrag nr. 3. (gemiddelde van de lasten voor het educatieve personeel)
- al naar gelang het soort tenlasteneming worden de in punt a) van bijlage XIV bedoelde subsidiëringscoëfficiënten
vermenigvuldigd met de volgende weddeschalen, op basis van een gemiddelde geldelijke anciënniteit van 10 jaar :
1 068 816 BEF voor de psychologen, de paramedici en het bijzonder personeel;
858 007 BEF voor de opvoeders 1e kl. of 2e kl. A en de hoofdopvoeders;
718 619 BEF voor de opvoeders 2e kl. B, 3e kl., de kinderverzorgsters en gelijkgestelden
1 000 364 BEF voor de opvoeders-groepsleiders.
De bedragen worden aangepast aan de effectieve gemiddelde geldelijke anciënniteit in geval van toekenning van
een toeslag voor anciënniteit, zoals bedoeld in artikel 26 van dit besluit.
De som van de verkregen resultaten wordt vermeerderd met een forfaitair percentage van bijkomende en
wettelijke werkgeverslasten, dat als volgt wordt vastgesteld :
1° voor privé-instellingen : 61,85 % in residentiële diensten
54,15 % in dagonthaaldiensten
2° voor openbare instellingen : 53,58 % in residentiële diensten
45,88 % in dagonthaaldiensten.
Het volgende coëfficiënt wordt dan toegepast binnen de perken van de begrotingsmiddelen :
82 % in residentiële diensten voor jongeren
82 % in residentiële nachtdiensten voor volwassenen
82 % in residentiële diensten voor volwassenen
70 % in dagonthaaldiensten voor jongeren
100 % in dagonthaaldiensten voor jongeren
85 % in dagonthaaldiensten voor volwassenen.
Anderzijds wordt de impliciete verdeling van de begeleiding tussen de opvoeders van ″categorie I″ en
″categorie II″, vastgelegd op grond van de coëfficiënten onder punt a) van bijlage XIV, jaarlijks aangepast door het
Agentschap :
deze verdeling geeft een overzicht van het gedurende het jaar 1999 vastgestelde gemiddelde per instellingscategorie :
78,85 % OPVOEDER I/21,15 % OPVOEDER II
in dagonthaaldiensten voor volwassenen
80,27 % OPVOEDER I/19,73 % OPVOEDER II
in dagonthaaldiensten voor jongeren
79,71 % OPVOEDER I/20,29 % OPVOEDER II
in dagonthaaldiensten voor niet-leerplichtige jongeren
65,29 % OPVOEDER I/34,71 % OPVOEDER II
in residentiële diensten voor volwassenen
83,08 % OPVOEDER I/16,92 % OPVOEDER II
in residentiële nachtdiensten voor volwassenen
78,30 % OPVOEDER I/21,70 % OPVOEDER II
in residentiële diensten voor jongeren
b) voor de diensten voor plaatsing in gezinnen
Bedrag nr. 1 (gemiddelde van de werkingslasten) :
50 012 BEF
De onder punt b) van bijlage XIV bedoelde subsidiëringscoëfficiënten worden vermenigvuldigd met de volgende
weddeschalen, op basis van een gemiddelde geldelijke anciënniteit van 10 jaar :
1 015 284 BEF voor de functie van directeur
1 015 284 BEF voor de functie van maatschappelijk assistent en/of opvoeder (minimum 2e kl. A)
1 068 816 BEF voor de psychologen en/of paramedici
687 942 BEF voor de functie van klerk.
De bedragen worden aangepast aan de effectieve gemiddelde geldelijke anciënniteit in geval van toekenning van
de toeslag voor anciënniteit, zoals bedoeld in artikel 26 van dit besluit.
De som van de verkregen resultaten wordt vermeerderd met een forfaitair percentage van bijkomende en
wettelijke werkgeverslasten, dat als volgt wordt vastgesteld :
54,15 % voor privé-instellingen
45,88 % voor openbare instellingen.
c) voor de residentiële overgangsdiensten
Bedrag nr. 1 : (gemiddelde van de lasten voor het werkingspersoneel)
12 937 BEF.
Bedrag nr. 2 (gemiddelde van de lasten voor het educatieve personeel)
De onder punt c) van bijlage XIV bedoelde subsidiëringscoëfficiënt wordt vermenigvuldigd met de volgende
weddeschaal, op basis van een gemiddelde geldelijke anciënniteit van 10 jaar :
1 015 284 BEF op grond van de schaal 16.
De bedragen worden aangepast aan de effectieve gemiddelde geldelijke anciënniteit in geval van toekenning van
de toeslag voor anciënniteit, zoals bedoeld in artikel 26 van dit besluit.
De som van de verkregen resultaten wordt vermeerderd met een forfaitair percentage van bijkomende en
wettelijke werkgeverslasten, dat als volgt wordt vastgesteld :
58,15 % voor privé-instellingen
49,88 % voor openbare instellingen.
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2001 tot wijziging van het
besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de
voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in
gezinnen.
Namen, 11 januari 2001.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid,
Th. DETIENNE
2951