38 | Nederlandse Cybersecuritystrategie 2022-2028
Doelen | 39
Dit leidt tot de volgende subdoelen:
• De overheid heeft een effectief, internationaal
afgestemd attributie- en responskader met
heldere bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
• De overheid beschikt over offensieve en
defensieve cybercapaciteiten die effectief zijn in
vredes- en oorlogstijd.
• De overheid zet instrumenten tegen digitale dreigingen van staten en criminelen (inter)nationaal
goed gecoördineerd in.
• De overheid beschikt over (niet-)strafrechtelijke
interventies tegen cybercriminelen en hun dienstverleners, zoals tegen ransomware.
Staten houden zich aan het normatief
kader voor verantwoordelijk statelijk
gedrag in de digitale ruimte
Gegeven de geopolitieke spanningen zullen
cyberdreigingen en -aanvallen de komende periode
alleen maar toenemen. De beste manier om de bron
van die dreiging in de kiem te smoren bestaat eruit
om de geopolitieke arena meer naar onze hand te
zetten door het bevorderen van de internationale
rechtsorde in de digitale ruimte.
Nederland zal aan de basis staan van stevige coalities
die verantwoordelijk statelijk gedrag in de digitale
ruimte bepleiten en zal bijdragen aan de verdere uitwerking van een uniform en breed gedragen
normatief kader in de digitale ruimte om geopolitieke
spanningen te verminderen. Dit doen we door democratische en rechtsstatelijke normen en waarden uit
te dragen, inclusief mensenrechten, onder andere via
cyberdiplomatie. De Rijksoverheid leeft dit normatief
kader zelf na en draagt het actief uit. Onze waarden
en normen en onze visie voor een vrij, open en veilig
internet vormen hiervoor de basis.
Normatief kader voor verantwoordelijk
statelijk gedrag in de digitale ruimte
Om de dreiging van destabiliserende cyberaanvallen het hoofd te bieden is het noodzakelijk
om internationale afspraken te maken. In VNverband is sinds 1998 onderhandeld over de
spelregels die gelden in de digitale ruimte.36 Dit
is inmiddels uitgegroeid tot meerdere overlegen onderhandelingsmechanismes gericht op de
digitale ruimte, waaraan Nederland actief
bijdraagt of heeft bijgedragen: de Group of
Governmental Experts (GGE), de Open Ended
Working Group (OEWG), en het Program of
Action (PoA).
De behoefte aan stabiliteit heeft geleid tot de
vaststelling van een normatief kader voor verantwoordelijk statelijk gedrag in de digitale
ruimte, dat de VN-lidstaten in 2021 met consensus hebben herbevestigd.37 Dit kader draagt bij
aan stabiliteit, want zo kunnen landen die in
overtreding zijn worden aangesproken op hun
gedrag. Het uitgangspunt is dat bestaand internationaal recht van toepassing is in cyberspace.
Dit betekent dat onder andere dat het interstatelijke geweldverbod en het internationaalrechtelijke non-interventiebeginsel ook op de
digitale ruimte van toepassing zijn, en dat een
(onmiddellijk dreigende) cyberaanval onder
bepaalde omstandigheden kan worden
beschouwd als een gewapende aanval
waartegen een staat het recht op individuele en
collectieve zelfverdediging kan inroepen. Ook is
erkend dat mensenrechten zowel online als
offline gelden en dat staten zich moeten houden
aan hun mensenrechtelijke verplichtingen in de
digitale ruimte, evenals aan het humanitair oorlogsrecht. Complementair daaraan zijn er elf
niet-bindende gedragsnormen
overeengekomen. Deze bieden beneden de
grens van gewapend conflict afspraken,
waarborgen en beschermingen.
Het kabinet steunt het zogenoemde multi-stakeholdermodel voor het beheer van het internet. In
dit model bestaat een open samenwerking tussen
de belanghebbende overheden, maatschappelijke
organisaties, bedrijven, wetenschap en de
technische internetgemeenschap binnen organisaties als de Internet Corporation for Assigned Names and
Numbers (ICANN), de Internet Engineering Task Force
(IETF) en het Institute of Electrical and Electronics Engineers (IEEE). Zij moeten het voortouw hebben bij
aanpassingen van de standaarden, protocollen en
procedures voor de kernfunctionaliteit van het
internet, zonder ongepaste inmenging van statelijke
of private actoren. Nederland zet zich in om te voorkomen dat nationale en regionale wet- en
regelgeving barrières opwerpt die uiteindelijk leiden
tot versplintering van het internet.
Dit leidt tot de volgende subdoelen:
• Staten hebben een gedeeld begrip van het belang
van gedragsnormen en het internationaal recht in
de digitale ruimte en passen dit toe.
• Nederland maakt deel uit van een brede coalitie
die naleving van internationale gedragsnormen en
het internationaal recht in de digitale ruimte
bevordert.
• Het multistakeholder-model blijft het leidende
principe voor het beheer van het internet wereldwijd.
Acties met prioriteit pijler III
Onderstaande acties geven de prioriteiten voor
de lopende kabinetsperiode weer waarmee het
kabinet invulling geeft aan de doelstellingen uit
deze pijler. Een uitgebreid overzicht van acties
wordt weergegeven in de bijlage. Dat actieplan
wordt jaarlijks geactualiseerd en geeft inzicht in
de onderliggende acties, verwachte doorlooptijd
en verantwoordelijkheden.
A. Vergroten van het zicht op de dreiging
• De dreiging kennen en begrijpen is de eerste
stap richting een digitaal weerbaar Nederland.
Het kabinet investeert daarom fors in de
onderzoekscapaciteit van de I&V-diensten ten
behoeve van inlichtingenmatig-diepteonderzoek. Hierdoor ontstaat breder zicht in huidige
en voorstelbare digitale dreiging. Daarmee
worden unieke inlichtingen vertaald naar specifiek handelingsperspectief zodat afnemers
zich beter kunnen weren.
B. Versterken onderzoeks-en opsporingscapaciteit cyber criminelen
• Naast zicht op de dreiging is de mogelijkheid
om daders te onderzoeken en op te sporen
van groot belang, dit gaat verder dan alleen
strafrechtelijke interventies. Politie en OM zetten daarom met publieke en private partners
in op het ontwikkelen van niet-strafrechtelijke
interventies te bestrijding van cybercrime,
waaronder ransomware.
• Het OM breidt de komende jaren haar kennis
en kunde uit op dit onderwerp en onderzoekt
de mogelijkheid om middels een ‘fasttrack’
zaken versneld af te doen.
• De politie maakt vanaf 2023 voor meer cybercrime fenomenen het mogelijk om online
melding of aangifte te doen.
• De politie start daarnaast met het opstellen
van een veiligheidsbeeld over cybercrime en
gedigitaliseerde criminaliteit. Hierin worden
Select target paragraph3
Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents